Informatie

Informatie over HMS/EDS

Praktische zaken

 


De handbewogen rolstoel

Submitted By: Marianne Date: 29 juli 2011, 22:37 Views: 6022
Summary: Tips voor de aanschaf en het gebruik van een handbewogen rolstoel.

De aanschaf

Bij de aanschaf van een rolstoel komt ontzettend veel kijken. De keuze voor een goede rolstoel is zeer persoonlijk en de rolstoel moet goed aansluiten bij jouw wensen en eisen. Het is onmogelijk om in een kort artikel alles waar je op moet letten bij de aanschaf op een rij te zetten, maar hieronder is een lijstje met aandachtspunten te vinden.
Wij benadrukken dat je een rolstoel niet op eigen houtje moet aanschaffen. Er gaat altijd een advies van een arts aan vooraf, waarna er meestal met een ergotherapeut gekeken wordt naar welke rolstoel het beste bij je past. Een beetje voorkennis kan echter erg handig zijn en daar is dit artikel dan ook voor bedoeld.

Tilgewicht
Het gewicht van een rolstoel kan uiteenlopen van slechts een paar kilo tot een kilo of 30. Wanneer je je rolstoel zelf op moet kunnen tillen, bijvoorbeeld om hem in de auto te leggen of de trein in te tillen, dan is het belangrijk om een zo licht mogelijke rolstoel te krijgen. Bovendien is het zo dat hoe meer je rolstoel weegt, hoe meer kilo's je voort moet zien te bewegen tijdens het rollen.

Vastframe of vouwframe
Een rolstoel is te leveren met een vast frame of met een vouwbaar frame. Vaak vertellen verkopers dat je beter een vouwframe rolstoel kunt nemen, omdat deze gemakkelijker in de auto past. Dat gaat echter vaak niet op. Vastframe rolstoelen kunnen net als vouwframe rolstoelen gedemonteerd worden en gaan (afhankelijk van het type auto) bijna altijd net zo gemakkelijk mee in de auto.
Het grote nadeel van een vouwframe rolstoel, is dat de zitting vaak een beetje instabiel is. Heb je problemen met je bekken of onderrug, dan kun je beter voor een vastframe rolstoel of een van de duurdere (en dus meer stabiele) vouwframe rolstoelen gaan. Het voordeel van een vouwframe rolstoel is, dat ze altijd met een opklapbare voetplaat te leveren zijn. En dan komt van pas als je wilt kunnen trippelen met je rolstoel.

Zithoek
De hoek waarin je zit wordt ook wel de ‘wig’ genoemd. Het gaat dan om de hoogte van je zitting bij de rugleuning in verhouding tot de hoogte bij je knieën. In principe moet je kiezen voor een zo recht mogelijke zitting, omdat dat het beste is voor de doorbloeding van je benen. Maar als je niet fijn kunt zitten op een rechte zitting, moet je met je knieën hoger gaan zitten dan je heupen. Dat noemen we een ‘grotere wig’. Hoe groter de wig, hoe meer risico er bestaat op het inkorten van spieren, als je de hele dag in je rolstoel zit. Daarnaast wordt de druk op je zitbotten vergroot, wat soms kan zorgen voor problemen met je huid.
Sommige merken rolstoelen leveren als optie de ‘ergo-zit’. Daarbij is het zitgedeelte onder de billen vlak, maar loopt de zitting richting de knieën wel omhoog. Het voordeel hiervan is dat je actief zit en dat tegelijkertijd er geen of minder problemen ontstaan met de druk op de zitbotten.

Rugleuning
Er zijn verschillende soorten rugleuningen leverbaar. Zo wordt een rolstoel voor incidenteel gebruik meestal met een slappe rug geleverd. Rolstoelen voor intensiever gebruik, krijgen meestal een naspanbare rugleuning. Daardoor kun je de steun die de rugleuning geeft beter aanpassen aan je rug. Daarnaast zijn er (voorgevormde) rugleuningen verkrijgbaar die speciaal ontwikkeld zijn voor ruggen die veel (zijwaartse) steun nodig hebben.
Bij de afstelling van de rugleuning is het van belang dat hij niet te hoog is. De rugleuning moet onder de schouderbladen eindigen, omdat je anders niet kunt rollen. Als je een hoge rugleuning hebt, kun je in de verleiding komen om er veel in te gaan ‘hangen’. Hierdoor hoeven je rompspieren niet te werken. Dat zit misschien erg relaxed, maar je spieren zullen daardoor wel verslappen. Een te lage rugleuning kan echter ook vervelend zijn, want als je een slechte rug hebt, zul je met een te lage rugleuning misschien niet lang kunnen zitten in je rolstoel. Het is dus zoeken naar de middenweg en die ligt bij iedereen ergens anders. Daarom is het aan te raden om bij je eerste rolstoel voor een in hoogte verstelbare rugleuning te gaan.
De meeste rolstoelen hebben als optie dat de rugleuning neergeklapt kan worden. Daardoor is het gemakkelijker om de rolstoel mee te nemen in de auto.

Zitkussen
Zitkussens zijn er in alle soorten en maten. Voor veel rolstoelgebruikers voldoet het standaard zitkussen. Sommige mensen hebben echter een bips die wat meer eisen stelt aan het kussen. Er zijn voorgevormde kussens, die stevigheid geven aan je bovenbenen, waardoor sommige mensen er wat lekkerder op zitten of wat beter rechtop zitten. Heb je last van drukplekken op je billen, dan zijn er kussens die ervoor gemaakt zijn om dat tegen te gaan. Over het algemeen proberen mensen eerst een kussen met traagschuim en als dat niet voldoet, kan een gelkussen of honingraatkussen uitkomst bieden. Als ook dat niet voldoende werkt, kan iemand voor een luchtkussen kiezen. Kies echter nooit voor een luxer kussen dan je billen nodig hebben, want als je je kont verwent, kun je op termijn misschien niet meer zonder. En dan kun je nooit meer ergens op de bank zitten of bijvoorbeeld in een vliegtuigstoel zonder problemen te krijgen.

Wielen
Er zijn ontzettend veel verschillende wielen. Op je rolstoel zitten grote wielen en voorwieltjes.
De grote wielen hebben standaard de maat 24”, maar als je erg lang bent, wordt er ook wel eens voor 25” (en bij grote sterke mannen zelfs 26”) gekozen. De wielen kunnen geleverd worden met heel veel verschillende spaken. De standaard wielen zijn geschikt voor normaal gebruik, maar ben je een heel actieve gebruiker en beschik je over een handbike, dan zijn de stevige Spinergy wielen een aanrader.
Er zijn veel verschillende soorten banden te leveren voor de grote wielen. Allereerst moet je de keuze maken tussen luchtbanden en massieve banden. Het voordeel van massieve banden is dat ze erg licht rollen, je ze nooit hoeft op te pompen en dat je geen lekke band kunt krijgen. Het nadeel is dat ze elke trilling doorgeven. De luchtbanden zijn er ook in verschillende soorten. De verschillen zitten hem in slijtvastheid, dikte (hoe dikker, hoe minder snel een lekke band) en lichtheid van rollen.
Op je grote wielen zitten hoepels. Deze zijn standaard meestal van aluminium of roestvrij staal. Als je weinig kracht in je handen hebt, kun je beter kiezen voor hoepels met extra grip. Er zijn verschillende types hoepels met extra grip. Vraag je leverancier naar de mogelijkheden.
Als je bang bent om met je vingers tussen de spaken te belanden, kun je voor spaakbeschermers kiezen. Het is een keuze die niet veel gemaakt wordt, omdat de kans om tussen de spaken te komen zeer klein is. Spaakbeschermers zijn een soort kunststof schermen die tegen de wielen gemonteerd worden.
Ook bij de voorwieltjes moet je de keuze maken tussen lucht en massief. De luchtbanden vangen de meeste trillingen op, maar rijden ook het zwaarst en je moet ze oppompen. De massieve bandjes zijn onderhoudsvrij. Je hebt ook speciale massieve banden die de trillingen extra goed opvangen. Ook zijn er voorwieltjes met lampjes die gaan branden als je rijdt. Bij de aanschaf van de rolstoel moet je goed nadenken over het formaat van de voorwieltjes. Hoe groter de voorwielen, hoe groter de kans dat ze je voeten raken als je omdraait en hoe meer moeite het draaien kost. Hoe kleiner de voorwielen, hoe groter de kans om achter dingen die je tegenkomt op straat (zoals een ongelijke stoeptegel of een takje) te blijven steken en eventueel zelfs voorover te vallen. Om deze reden is het verstandig om nooit kleinere voorwieltjes dan 4” te nemen.

Camber
Het camber is de hoek van je grote wielen. Hoe schuiner de wielen staan, hoe gemakkelijker je een bochtje kunt maken. Maar een schuine stand van de wielen maakt de rolstoel ook breder, want onhandig kan zijn als je door een deur gaat of in een winkel tussen kledingrekken door rijdt. De standaard hoek van de grote wielen is bij de meeste rolstoelmerken 2 of 3 graden.

Duwhandvatten
Duwhandvatten zijn er in allerlei soorten en maten. Ze kunnen geïntegreerd zijn in de buizen van de rugleuning (zowel vaste handvatten als neerklapbaar), met een klem op die buizen bevestigd zijn (dan zijn ze in hoogte verstelbaar en verwijderbaar) of op de horizontale buis achter de rug bevestigd (ook verwijderbaar).

Remmen
De rolstoel wordt voorzien van twee remmen: een voor elk groot wiel. Deze gebruik je als je wilt dat je rolstoel niet aan het rollen gaat. Er zijn verschillende soorten remmen. Aan sommige remmen moet je trekken om ze er op te zetten en tegen andere moet je duwen. De duwremmen kunnen desgewenst voorzien worden van een remverlenger, waardoor je minder kracht hoeft te zetten om de rem op het wiel te krijgen en minder ver hoeft te reiken.

Kledingbeschermers
Kledingbeschermers zijn de schotjes die tussen je benen en de grote wielen zitten. Deze kunnen van stof, plasic, carbon of aluminium zijn. Er bestaan afneembare kledingbeschermers en beschermers die vast zitten aan de rolstoel. Sommige kledingbeschermers zijn voorzien van een spatbordje dat over de banden van je grote wielen heen hangt.

Kruk/stokhouder
Wanneer je je kruk(ken) of wandelstok(ken) bij je wilt hebben als je erop uit gaat met je rolstoel, kun je aan de achterkant een krukken/stokhouder laten monteren.

Anti-kiepwiel
Het (anti-)kiepwiel wordt ook wel ‘vijfde wiel’ genoemd en voorkomt dat je met je rolstoel achterover valt. Je kunt hem desgewenst op je rolstoel laten monteren. Het wieltje zit aan de achterkant van je stoel en zweeft een stukje boven de grond. Hoe lager het wieltje hangt, hoe minder ver je achterover kunt kiepen. Hang hem echter niet te laag, want dan kun je geen drempels meer over. Een ervaren rolstoelgebruiker heeft meestal geen kiepwiel nodig.

Zwaartepunt/kiepmoment
Hoeveel moeite je moet doen om je rolstoel achterover te kiepen, hangt af van hoe hij staat afgesteld. Hoe meer het zwaartepunt naar achteren ligt (ook wel een ‘scherpe afstelling’ genoemd), hoe gemakkelijker je de voorwieltjes van de grond kunt krijgen. Het voordeel hiervan is, dat je dan zonder veel moeite drempeltjes kunt nemen. Ook rijdt de rolstoel erg licht, omdat het meeste gewicht door deze afstelling op de achterwielen rust. Na nadeel is dat je door een scherpe afstelling sneller achterover valt. Dus ben je bang voor vallen en wil of heb je geen anti-kiepwiel, dan kun je het zwaartepunt beter iets verder naar voren hebben liggen.

Vering
Voor wie extreem gevoelig is voor schokken en trillingen, is er de optie om vering te nemen op de rolstoel. Dat kan zowel onder de zitting (bij de as van de grote wielen) als op de voorvorken. Als je het niet nodig hebt, moet je niet voor de vering gaan. Het maakt het rollen namelijk zwaarder en als je grote balansproblemen hebt tijdens het zitten, worden deze nog iets groter door het zitten op de vering.

Trippelen
Trippelen is het voortbewegen van de rolstoel met je benen. Als je wilt trippelen in de rolstoel, is het van belang dat er geen voetplaat in de weg zit. Kies daarom voor een opklapbare voetplaat als je van plan bent je benen te gebruiken bij het rollen.

Kleurkeuze
Hierboven zijn veel punten beschreven waar je op moet letten bij de aanschaf van een rolstoel. De moeilijkste keuze is voor de meeste mensen echter de kleurkeuze. Bij de volgende onderdelen kun je meestal voor een kleur kiezen: het frame van de rolstoel, de kleur bekleding van de rolstoel, de rolstoelbanden en de kleur van de voorwieltjes.


Het gebruik

‘Al doende leert men’ luidt het gezegde. En dat gaat ook op voor rolstoelrijden. Hoe meer uren je gemaakt hebt, hoe handiger je wordt. Daarnaast is het ook mogelijk om in een revalidatiecentrum rolstoelrijles te volgen.

Drempels/de stoep op en af
Als je een lage drempel wilt nemen, is het belangrijk dat je je voorwieltjes een beetje de lucht in wipt, door een felle push te geven op je grote wielen. Afhankelijk van de afstelling van je rolstoel, kan het nodig zijn om hierbij je gewicht even naar achteren te verplaatsen. Doordat je wieltjes de lucht in gaan, kun je ze op of (bij een kleine drempel) over de drempel plaatsen. Met de volgende ferme push rol je je achterwielen over de drempel.
Bij een hoge drempel of stoep is het van belang om een klein aanloopje te nemen. Je maakt vaart en kiept je voorwielen omhoog. Zodra ze op de stoep/drempel staan, moet je gelijk je gewicht naar voren verplaatsen door naar voren te leunen en geef je een zeer krachtige push. Eventueel wordt deze push gelijk gevolgd door nog een push. Als je grote wielen ook op de stoep staan, kun je weer rechtop gaan zitten.
Als je de stoep af wilt, dan zijn daar twee manieren voor. De eerste manier is dat je achterstevoren van de stoep af rolt. Je leunt naar voren, terwijl je rustig naar achteren rolt. De grote wielen gaan de stoep af, gevolgd door de kleine wielen. Daarna kun je weer rechtop gaan zitten. Als je niet naar voren leunt terwijl je de stoep af gaat, bestaat er het risico om achterover te vallen. De tweede manier om de stoel af te gaan, is door op je achterwielen te balanceren en vervolgens zeer gecontroleerd vooruit de stoep af te gaan. Dit is alleen weggelegd voor de geoefende rolstoelgebruiker.

Een helling nemen
Een helling op rijden, is zwaar en belastend voor je gewrichten. Een goede roltechniek is daarom een aanrader. Span zo veel mogelijk je buikspieren aan, als je een helling op rolt. Daarmee help je rugklachten te voorkomen. Het is namelijk (als het kan) de bedoeling dat je voornamelijk met je armen de helling op rolt en niet door heen en weer te wiegen met je bovenlijf.  Leun een klein beetje naar voren en maak kleine pushes met je armen. Het is belangrijk dat je je handen nooit achter de assen van je grote wielen neerzet, maar altijd ervoor. Dan kun je de meeste kracht zetten. Sommige rollers hebben er baat bij om rondjes te draaien met hun armen. Dat betekent dat als ze klaar zijn met een push, ze hun handen niet naar de beginpositie brengen door de hoepel te volgen, maar door de slag via ‘beneden’ af te maken richting het beginpunt. Je maakt dan met je handen een cirkel in de lucht.
Wanneer het je niet lukt om vooruit de helling op te rollen, kun je ook proberen om achteruit de helling op te rollen. Dan moet je namelijk aan je wielen trekken in plaats van er tegen te duwen. Afhankelijk van de kracht in je armen en de belastbaarheid van je gewrichten, kan dit een goede optie zijn. Wanneer je achteruit de helling op rolt, kun je eventueel ook je benen gebruiken om je af te zetten.
Het wisselt per persoon hoe ze de helling af rijden. Als je te weinig kracht in je handen hebt om de rolstoel af te kunnen remmen, kun je zigzaggend naar beneden rijden (zoals een slalom bij het skiën). Andere rollers rijden gewoon rechtdoor naar beneden. Wanneer je een slechte zitbalans hebt, kan het zijn dat je met je bovenlijf voorover valt op je knieën als je schuin naar beneden rolt. Dan kan het handig zijn om balancerend op je achterwielen de helling af te rijden. Hier is wel wat oefening voor nodig! Maar het is ook erg handig als je iets op je schoot hebt liggen en je wilt niet dat het er af valt.



Heb je na het lezen van dit artikel opmerkingen, aanvullingen, vragen, of wil je verder praten over dit onderwerp? Dan ben je van harte welkom in Hulpmiddelen en praktische zaken.

Powered by EzPortal